Aanpassing bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:9 BW)

Vanaf 1 januari 2013 zullen er een aantal wijzigingen worden doorgevoerd inzake de bestuurdersaansprakelijkheid van rechtspersonen (art. 2:9 BW). Wat houden deze wijzigingen in en wat betekent dat voor u als ondernemer?

In het huidige systeem wordt het bestuur onderverdeeld in een duaal bestuursmodel. Dit betekent dat de directie en de raad van commissarissen van elkaar gescheiden zijn. De directie is belast met de dagelijkse leiding bij de rechtspersoon. De commissarissen zijn daarentegen belast met het toezicht op afstand (op de directie). Zij toetsen het beleid, en staan de directie desgevraagd bij met advies.

De wetswijziging biedt de mogelijkheid naast het hierboven beschreven model een enkelvoudig model in te voeren. Dit houdt in dat er geen twee besturen zijn, zoals hierboven beschreven, maar dat er slechts één bestuur komt. Hierin hebben uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders zitting. De uitvoerende bestuurders zijn voornamelijk belast met de besluitvorming. De niet-uitvoerende bestuurders houden toezicht. Dit betekent dat de niet-uitvoerende bestuurders direct kunnen ingrijpen in de koers en strategie van het bedrijf.

De hierboven genoemde veranderingen hebben natuurlijk ook consequenties. Wat zijn deze consequenties? Het nieuwe model brengt meer verantwoordelijkheid (en risico) met zich mee voor de niet-uitvoerende bestuurders. Zij zijn namelijk net als de uitvoerende bestuurders direct verantwoordelijk voor de besluitvorming van het algemene beleid. Hierdoor zal het aansprakelijkheidsrisico voor de niet-uitvoerende bestuurders groter zijn dan het risico voor commissarissen. De vraag is dan of de niet-uitvoerende bestuurders wel onafhankelijk toezicht kunnen houden aangezien zij in het nieuwe model nauwer betrokken zijn bij de besluitvorming.

Naast de hierboven beschreven aanpassingen zullen er nog een aantal veranderingen plaatsvinden. Allereerst ten aanzien van de taakverdeling. De bestuurders zijn belast met alle bestuurstaken, behalve de taken die zijn toebedeeld aan andere bestuurders (bijvoorbeeld aan de niet-uitvoerende bestuurders). Voorheen bestond er enige onduidelijkheid omtrent de verdeling van deze taken en wat daar nu precies de gevolgen van zijn ten aanzien van de besluitvorming, verantwoordelijkheid en taakverdeling.

Door deze aanpassing in de wet wordt eens temeer onderstreept dat de taakverdeling niets afdoet aan de collectieve verantwoordelijkheid, maar wel gevolgen kan hebben voor de individuele aansprakelijkheid. In de rechtspraak werd hier al rekening mee gehouden. Maar wat houdt dit in de praktijk in voor de aansprakelijkheid van een bestuurder? De bestuurder kan aansprakelijk worden gehouden indien hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De bestuurder zal dan vervolgens moeten aantonen dat het verweten feit niet tot zijn taak behoorde. Ook moet hij aantonen dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van het handelen of nalaten door de andere bestuurder, wiens taak het wel betrof, af te wenden. De hiervoor beschreven toetsing kan eveneens worden gebruikt voor de aansprakelijkheid van een bestuurder jegens een derde. Hierbij moet niet uit het oog worden verloren dat ondernemen risico’s met zich meebrengt. De grens wordt echter bereikt indien men onverantwoordelijke risico’s neemt.

Tot slot verdient nog enige vermelding dat het wetsvoorstel een nieuwe regeling bevat ingeval van tegenstrijdig belang. Bestuurders nemen niet deel aan de besluitvorming als zij een tegenstrijdig belang hebben bij een bepaald onderwerp. Van een tegenstrijdig belang is sprake indien de bestuurder bij het onderwerp een direct of indirect persoonlijk belang heeft.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, onze bedrijfsjuristen van Bedrijfsjurist op Maat® helpen u.