Nieuwe regeling inzake vakantiedagen?

Wellicht heeft u er al iets over gehoord, maar vanaf januari 2012 is de nieuwe vakantiewet in werking getreden. Deze nieuwe vakantiewet zal gevolgen hebben voor zowel de opbouw als voor de vervaltermijn van vakantiedagen. Iedere werknemer heeft namelijk recht op een minimum aantal vakantiedagen. In Nederland zijn dan minimaal 20 vakantiedagen per jaar op basis van een fulltime werkweek. Dit worden de wettelijke vakantiedagen genoemd. Alle extra vakantiedagen worden aangemerkt als bovenwettelijke vakantiedagen. Dit is van belang, omdat de nieuwe wetgeving alleen de vervaltermijn van de wettelijke vakantiedagen wijzigt. Maar wat houdt deze wijziging precies in?

 

Vervaltermijn vakantiedagen

Voorheen, dus tot 1 januari 2012, was de vervaltermijn van vakantiedagen namelijk vijf jaar. Vanaf 1 januari 2012 zal deze vervaltermijn slechts zes maanden na het opbouwjaar zijn. De bedoeling is datde opname van vakantiedagen wordt bevorderd en een stuwmeer aan vakantiedagen wordt voorkomen. De verkorte vervaltermijn geldt enkel voor de wettelijke vakantiedagen en niet voor de bovenwettelijke vakantiedagen, daarvoor blijft een vervaltermijn van vijf jaar gelden. De nieuwe regeling heeft tot gevolg dat de wettelijke vakantiedagen (20) die in 2012 worden opgebouwd en niet voor 1 juli 2013 zijn opgenomen, per die datum vervallen. Afwijking ten gunste van de werknemer is zowel bij individuele als bij collectieve arbeidsovereenkomst mogelijk. Heeft u bijvoorbeeld 30 dagen opgebouwd, dan geldt voor die 10 bovenwettelijke vakantiedagen een vervaltermijn van vijf jaar. Uitgangspunt is wel dat de vakantiedag die het eerst komt te vervallen of te verjaren, wordt opgenomen.

Uitzonderingen op vervaltermijn

De eerste uitzondering betreft de situatie waarin de werknemer redelijkerwijs niet in staat was om vakantie op te nemen. Voor hen geldt de vervaltermijn van zes maanden niet. De werknemer zal aannemelijk moeten maken dat hij niet in staat was om vakantie op te nemen, bijvoorbeeld als dit door toedoen van de werkgever niet mogelijk is geweest. Als blijkt dat een werknemer niet in staat was om vakantie op te nemen, dan geldt de vervaltermijn niet, maar dan geldt voor die dagen de verjaringstermijn van vijf jaar. De tweede uitzondering is dat de werkgever en de werknemer de vervaltermijn in onderling overleg mogen verlengen. Zij mogen dus onderling afspreken dat de vervaltermijn meer dan zes maanden bedraagt.

Zieke werknemers

Tot 1 januari 2012 bouwt een werknemer die wegens ziekte langdurig geen arbeid verricht, vakantierechten op over de laatste zes maanden van de ziekteperiode. Vanaf 1 januari 2012 krijgen langdurig zieke werknemers evenveel vakantiedagen als andere werknemers. Zij hebben dan recht op minimaal 4 weken vakantie per jaar. Daarbij komen eventueel nog bovenwettelijke vakantiedagen.

Uitbetalen vakantiedagen

Indien een werknemer aan het einde van zijn dienstverband nog opgebouwde, maar niet opgenomen, vakantiedagen over heeft, heeft hij recht op uitbetaling van die vakantiedagen. Als werkgever en werknemer niets overeenkomen over het wel of niet (deels) uitbetalen van die dagen, geldt de wettelijke regeling ten aanzien van de waarde van die vakantiedagen. Die waarde wordt gelijkgesteld met het loon dat over die vakantiedag zou worden betaald. Maar wat valt er allemaal onder het loon? Niet alleen het kale bruto loon wordt meegeteld, maar ook een structureel toegekende bonus en pensioenpremie worden hiertoe gerekend, aldus de rechtspraak. In ieder geval mag de werknemer bij uitbetaling van vakantiedagen niet in een nadeligere positie komen dan bij het in dienst blijven en opnemen van die vakantiedagen.

Indien u meer wilt weten omtrent dit onderwerp, onze bedrijfsjuristen van Bedrijfsjurist op Maat helpen u verder.